| Aantekeningen |
- [Kwartierstaat HK Ter Palen Maria Louisa Colpin (°1937)]
TAK DIERICKX
Ook het echtpaar Dierickx-Van Schoor had destijds zijn thuishaven te Malderen en meer speciaal langs de Boeckxheide. Beiden waren afkomstig uit landbouwersgezinnen en zouden met het beroep dat hen van jongsaf was aangeleerd in het onderhoud van hun gezin voorzien. Lucia was de buurt uit haar jeugd getrouw gebleven en voor Franciscus bood de verhuis naar de Boeckxheide een goede uitkomst.
Franciscus kwam uit een kroost met zeven kinderen op een boerderij in het dorp te Malderen. Van die kinderen zouden er weliswaar drie zeer vroegtijdig overlijden maar de overblijvenden waren vier zonen waarvan er zelfs een ongehuwd zou blijven. Omstandigheden die de anderen zou verplichten elders hun toekomst te zoeken. Iets dat vader Joannes ook had moeten doen want zijn ouders vergenoegden zich met een bescheiden arbeidersbestaan te Steenhuffel. Waar Joannes het boeren had geleerd is ons onbekend maar na het kort na mekaar en vroegtijdig overlijden van zijn ouders was hij te Malderen in dienst gegaan en wellicht was dat op een hoeve. Anderzijds moeten we erkennen dat het vroeger ook bij arbeiders de geplogenheid was om nog een lapje grond te bewerken ten einde in zijn voornaamste behoeften te kunnen voorzien. Iets dat Petronella Vereycken (deze familienaam vonden we onder verschillende schrijfwijzen) in haar jeugd eveneens had leren te waarderen. Haar vader was een schoenmaker maar om hun vier kinderen het nodige te kunnen verschaffen mocht hij op de inzet rekenen van zijn echtgenote. Buiten haar huishoudelijke taken maakte Judoca Van Riet zich voor het gezin nog bijkomend verdienstelijk door er een klein boerderijtje te beredderen.
Lucia Van Schoor had het geluk haar ouders te kunnen opvolgen die langs de Boeckxheide eveneens met landbouwactiviteiten waren begaan. Eigenlijk was Lucia een dochter uit het derde huwelijk van haar vader die van gezinsperikelen niet gespaard bleef. Vader Benedictus was in 1803 eerst gehuwd met Jacoba Van Keer die hem vier kinderen schonk waarvan er twee vroegtijdig overleden. In 1809 hoopte zij hem nogmaals met het vaderschap te vereren maar die bevalling kende een noodlottige afloop voor moeder en kind. In 1810 hertrouwde Benedictus met Dorothea Meeus en zou nog zevenmaal de ooievaar worden besteld. Van die kinderen stierven er drie kort na de geboorte en drie andere zouden de volwassen leeftijd niet bereiken. Dorothea overleed in 1826 en Benedictus zou van haar slechts een dochtertje mogen behouden. Na al die tegenslag vond onze weduwnaar Joanna Groes bereid zich voor zijn kroost op te offeren. Een nieuwe relatie waardoor het gezin met nog vijf kinderen zou worden uitgebreid. Van deze laatste kinderen mocht het echtpaar er drie behouden, waaronder de jongste dochter Lucia die na haar huwelijk bij haar moeder bleef inwonen.
Wellicht waren Benedictus en Joanna voor mekaar geen onbekenden omdat beiden werden gewonnen en geboren op boerderijtjes langs de Boeckxheide. Benedictus kwam er uit een gezin met zeven kinderen. Joanna daarentegen had slechts twee broertjes toen haar vader overleed. Een vader waaraan zij waarschijnlijk geen herinneringen bewaarde, temeer haar moeder in het voorjaar van 1797 hertrouwde met Ferdinandus Laureys. Zij verhuisde toen met haar gezin naar de Bauw te Buggenhout waar moeder Catharina ook zou overlijden.
|