| Aantekeningen |
- [Het geslacht de Lantsheere / Jan Lindemans. In : Eigen Schoon. Jrg. 4, nr. 1 (1914), blz. 1-8. Blz. 6] noemt hem THéOPHILE CHARLES ANDRé burggraaf DE LANTSHEERE
[blz. 6] Hij promoveerde aan de Katholieke Hogeschool van Leuven, na schitterende studiën, tot doctor in de Rechten, in 1857, en tot doctor in de staatkundige en administratieve wetenschappen, in 1858 en liet zich inschrijven, ter balie van Brussel, als advocaat aan het Beroepshof, alwaar hij, in 1887, tot de waardigheid van stafhouder verheven werd. Van 1860 tot 1871 vertegenwoordigde hij het kanton Asse in de Gouwraad van Brabant. Hij trad op als minister van Rechtswezen in het eerste kabinet Malou en bleef aan het hoofd van dit departement van 7 december 1871 tot 19 juni 1878. Volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Diksmuide, van 1872 [blz. 7] tot 1900, Voorzitter der Kamer van Volksvertegenwoordigers van 12 november 1884 tot 25 januari 1895, provinciaal senator voor West-Vlaanderen van 1900 tot 1905, werd hij, ten slotte, bij koninklijk besluit van 30 juni 1905 benoemd tot Gouveneur der Nationale Bank van België.Als beloning voor de menigvuldige diensten aan het land bewezen heeft de koning hem op 19 mei 1901 tot de waardigheid van staatsminister verheven. Hij draagt bovendien de volgende eretekens : Groot lint in de Leopoldsorde, Burgerlijk erekruis van 1e klas, Herinneringsmedaille van de regering van Leopold II, Groot kruis in de Orde van de Eiken kroon, Groot kruis in de orde van O.L.V. van Villa Viçosa, Groot lint in de orde van Pius IX, Groot lint in de orde van de witte adelaar van Rusland, in de orde van de kroon van Roemenië, in de orde van de rode adelaar van Pruisen, van de dubbele draak van China, Commandeur van het Heilig Graf, enz.
Bij koninklijk besluit van 6 september 1913 werd hij, met al zijn afstammelingen door Z.M. Albrecht I, tot de adelstand verheven en verkreeg hij de titel van burggraaf, overerfbaar op de oudste mannelijke afstammeling.
[Genealogie Beeckman (Land van Aalst en Dendermonde) / Leo Lindemans. In : Vlaamse Stam. Jrg. 36, nr. 7-8 (jul/aug 2000), blz. 307-325] Geciteerd blz. 319-320 als THéOPHILE CHARLES ANDRé, Burggraaf (1913) DE LANTSHEERE - dokter in de rechten - advocaat en 1887 stafhouder van de Orde van advocaten te Brussel - lid van de provinciale raad van Brabant 1860-71 - minister van Justitie 1871-78 - volksvertegenwoordiger 1872-1900 - voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers 1884-95 - senator 1900-05 - gouverneur van de Nationale Bank 1905-14 - Groot Lint van de Leopoldsorde, enz. - Minister van Staat 1901 - [schilderij Burggraaf Théophile de Lantsheere, Minister van Staat op blz. 319] - afstammelingen [voetnoot 86 : Chev. Marcel de Schaetzen, Généalogie de la famille de Lantsheere, in Ann. Nobl. B. 1933 apartdruk blz. 25 e.v. - Jan Lindemans, Het geslacht de Lantsheere, in Eigen Schoon 1914/1, partdruk blz. 6 e.v.]
[Asca Caput Mundi / Frans Goossens. In : Ascania. Jrg. 43, nr. 3 (2000), blz. 65-82] Geciteerd op blz. 71 als THEOFIEL DE LANTSHEER - minister van Rechtswezen, voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, staatsminister (...) Bij K.B. van 06.09.1913 werden Theo De Lantsheere en zijn afstammelingen door Koning Albert I in de adelstand verheven, met de titel van burggraaf, overerfbaar op de oudste mannelijke afstammeling - geboren Asse 04.11.1863 - +Asse
|