| Aantekeningen |
- Geachte Heer,
Ik ben volop bezig met de voorbereiding van verhuis naar Antwerpen, doch heb even tijd gezocht en gevonden om in te gaan op uw vraag.
De EUPHRASIE werd in 1817 in Oostende gebouwd als ANNA PAULOWNA en was oorspronkelijk getuigd als sloop (een sloop is een zeilvaartuig met één mast en kottertuig).
Ik ben gespecialiseerd in de geschiedenis van de Belgische koopvaardij vanaf 1830 en bezit bijgevolg geen gegevens voor de jaren die 1830 voorafgaan. Trouwens, de archieven voor die periode bevinden zich in Nederland en het zou, voor mij alleszins, te tijdrovend zijn om gedurig naar Nederland te moeten rijden.
De ANNA PAULOWNA mat 64 ton en was van 1830 tot 1843 eigendom van J.Van Imschoot-Debrock, in Oostende.
In 1843 werd het schip verkocht aan F.Gonsales, Oostende.
In 1846 kocht J.Pieters & Co., Oostende, het schip en liet het in dat jaar in Oostende verlengen, ombouwen en hertuigen als schoener (een schoener is een langsscheeps getuigd zeilvaartuig met, in dit geval, twee masten en een tweetal razeilen aan de steng van de fokkemast). Het schip werd herdoopt als EUPHRASIE en de tonnenmaat werd 107 ton. De kapiteins bij Pieters waren achtereenvolgens : J.De Boo, F.Bulcke, P.Nefors, J.Ghillegodt, J.Denys, N.Ketele, J.Depotter (1857-1860) en E.Speckens.
Op reis van Antwerpen naar Danzig strandde de EUPHRASIE op 21 augustus 1861 bij Lemvig (Denemarken). De bemanning werd gered. De lading bestond uit 60 ton diverse goederen. Wegens te grote schade werd de schoener dan ter plaatse voor sloop verkocht.
Als sloop had de ANNA PAULOWNA uit Oostende vooral op Londen gevaren (men noemde dat "le petit cabotage", de "kleine kustvaart"). Als schoener ging de EUPHRASIE over op de "grand cabotage", de "grote kustvaart" : Portugal, Frankrijk, Spanje, Rusland, Griekenland, Marokko,enz...Ik heb destijds alle reizen van de 700 Belgische koopvaardijschepen voor de periode 1830-1880 opgezocht (30 jaar intensieve research).
Kapitein Jean Depotter werd geboren op 3 november 1791 in Oostende. Hij voer sinds 1854 als kapitein van een andere Oostendse schoener, de VILLE D'OSTENDE, waarmee hij in januari 1857 schipbreuk leed. Op 10 augustus 1857 nam hij het bevel over de EUPHRASIE over en monsterde na 3 reizen met dit schip op 2 april 1860 af.
De reis met Joannes Rochtus aan boord was op 26 januari 1858 in Antwerpen begonnen. Reeds op 22 maart kwam de EUPHRASIE in Alexandrië aan (= tamelijk snelle reis voor een klein zeilschip uit die tijd). Van Alexandrië ging het naar Beyrouth en vervolgens richting Nice, doch in juli liep de EUPHRASIE Villefranche binnen en werd er in quarantaine geplaatst. Aangezien de schoener in quarantaine geplaatst werd en aangezien Rochtus pas overleden was, kunnen we met enige graad van zekerheid aannemen dat hij overleden was wegens een mogelijk besmettelijke ziekte, waarschijnlijk opgelopen in Egypte. Op 10 augustus verliet de EUPHRASIE Nice met bestemming Antwerpen, alwaar aankomst op 26 september. De lading bestond uit olijfolie en fruit.
Wat mij verwondert is dat Joannes Rochtus, alhoewel bij overlijden 23 jaar oud, slechts "novice" was. "Novice" is lichtmatroos. Men begon gewoonlijk op de leeftijd van ongeveer 13, 14, 15 jaar als "mousse" (scheepsjongen) en werd na 2 of 3 jaar "novice" (lichtmatroos). Op 23-jarige leeftijd was men gewoonlijk reeds lang "matelot" (volmatroos).
In het Rijksarchief te Beveren-Waas, archief van de Hulp- en Voorzieningskas voor Zeelieden, moet iets meer te vinden zijn over de vorige aanmonsteringen van Rochtus, doch voorlopig heb ik geen tijd om dit verder na te gaan. Indien U dit zelf wenst te doen : vragen naar de Indices, nr.46, en vervolgens bij het vinden van het nummer van Rochtus het overeenkomstig Register opvragen.
Er bestaat, voor zover mij na jaren onderzoek bekend, geen afbeelding van de EUPHRASIE.
Indien u een artikel schrijft over Joannes Rochtus wens ik in elk geval een copie te ontvangen !
Hoogachtend,
Luc Van Coolput
(Werkend lid van de Koninklijke Belgische Marine Academie)
voorlopig nog : luc.van.coolput@skynet.be
|